Inleiding:

In de zomervakantie van 2006 hebben Lex van der Vegt en Dennis Greeven een poging gedaan om een berg van meer dan 7000 meter hoog te beklimmen. De keuze was gevallen op Peak Lenin, 7134meter hoog gelegen in Kirgizië.

De voorbereiding:

De kop is eraf, wij zijn aangekomen in Osh na twee lange reisdagen. De voorbereidingsweek naar de Mont Blanc is op het laatste moment niet doorgegaan, dus we gaan geheel fris de berg op. In de vervangende veldoefening hebben de Weertse zandluizen ons allebei nog een speciale behandeling gegeven, waardoor ons hele lichaam nog vol zat met de rode bulten. We werden allebei redelijk gestoord van de jeuk, zelfs in het vliegtuig nog. Bij het bepakken van de spullen werd al gauw duidelijk dat meneer Berghaus zijn rugzakken best nog wat groter had mogen ontwerpen dan 100 liter. We moesten heel wat spullen achterlaten om ook het gewicht te beperken. Uiteindelijk verschenen we allebei met een rugzak van 25 kilo aan de incheckbalie. Dennis had daarnaast nog een rugzak van 13 en Lex een plunjebaal van 17 kilo als handbagage. Het maximumgewicht voor bagage is 20 kilo en voor handbagage 5. We hadden dus een slordige 30 kg aan overgewicht met z’n tweeën. Gelukkig was het voor de medewerkster aan de balie aardig tijd voor cup-a-soup, zo zag ze er ook uit. Ze merkte onze ontzettende hoeveelheid niet op en we kwamen ermee weg. Op weg naar Osh via Londen, Moskou en Bishkek kwamen we er onder andere achter dat een plunjebal van 17 kilo niet de ideale vorm van handbagage is, bier op het vliegveld van Moskou niet goedkoop is (bijna 6 euro voor een biertje) en dat de beveiliging in Bishkek het wel erg belangrijk vindt dat je geen moordwapens in je foudraaltje van 2 pennen hebt zitten, maar niet op of om kijkt als de metaaldetector keihard begint te loeien als je er doorheen loopt. Ook is het handig dat wanneer je in Bishkek aankomt en opgevangen wordt door een organisatie je even checkt of het de goede organisatie is, voordat je er bij in het busje stapt en anderhalve kilometer onderweg bent. Aangekomen in Bishkek werden we in een hotel gezet om een afwachtende houding aan te nemen.

Wat er zoal in de rugzakken zit:

-200 repen (muesli, snicker, fruit, etc.)
-10 dagen avondeten (expeditievoer, knorrmaaltijd)
-8 dagen ontbijt (Brinta, Cruesli, melkpoeder, suiker)
-30 pakjes Noodles
-Thee, cacaopoeder, cup-a-soup, etc.)
-Klimmateriaal (gordels, karabiners, touw, pickels, stokken, stijgijzers, etc.)
-Onderkleding (thermo-ondergoed, t-shirts, etc.)
-‘Tussenkleding’ (fleecetrui, fleecejack, broeken)
-Bovenkleding (skibroek, donsjas)
-Extra koudweer componenten (muts, neuskap, handschoenen 2 paar, winterpet)
-Watercapaciteit (flessen, camelbacks, thermosfles)
-Slaapspullen (matje, slaapzak, tent)
-Literatuur (studie (!), romans, etc.)
-Toilettas (met inhoud)
-Diversen (paspoort, fototoestel, portemonnee, zonnebril, sandalen, telefoon, satelliettelefoon + laders, EHBO-setje, reparatiesetje, bestek, lucifers, sneeuwschop, brandertje, brandstofflessen, tape, elastiek, mp3speler, kaart, tickets, etc., etc., etc.)

Dag 3 en 4

Op dinsdag stonden we ‘vroeg’ op om naar het basecamp gereden te worden. Ontbijten, truck inladen en gaan. Onderweg werden we nog getuige van een knap staaltje vakmanschap vwb het tanken van de truck: een slang liep van een olieton naar een compressor/generator en vandaar liep deze weer naar de tank van onze truck. Erg primitief allemaal, terwijl er om de hoek een tankstation was.Ook was de weg van begin af aan al veel slechter dan we verwacht hadden. Pogingen om in slaap te vallen gaven we al snel op. Lezen was een goed alternatief, hoewel het ook de nodige inspanning kostte om het boek stabiel te houden. De rit duurde ongeveer 10 uur en op het basiskamp aangekomen was het avondeten en vroeg knoeren.

kirgizie052

Basiskamp

Woensdag werden we om acht uur wakker. Het scheen dat iedereen al druk bezig was met dingen doen, terwijl wij vanuit onze slaapzak nog even rustig genoten van het uitzicht dat we vanuit de tent hadden. De meeste tijd brengen we overigens door met drie Duitsers (de Mannschaft) en een Francaise, allemaal redelijk ouder dan dertig jaar met één uitschieter naar boven, Gerhald. Allemaal hebben ze een aardige berg aan bergervaring. Ze hebben eenieder wel op beroemde toppen als de Elbrus, McKinley, Aconcagua, Kilimanjaro, etc. gestaan en zoniet dan hebben ze wel een aantal jaren door Nepal rondgetrokken of zijn ze vanaf hun vierde levensjaar bezig met ervaring op te doen in de bergen. Over het algemeen vervult Lex dan ook de rol als ‘rookie’, aangezien hij twee keer nét boven de 4000 meter is geweest en nog maar twee jaartjes bedreven is in het beklimmen van heuveltjes. Van Dennis, die z’n longen uit zijn lijf hoest en vier keer per dag naar het schijthok gaat, verwacht men ook geen wereldprestaties. Dit natuurlijk ook mede dankzij z’n behoorlijk kleine postuur. We liepen op woensdag nog een tochtje om te acclimatiseren en de route naar camp 1 tot Travellers Pass te verkennen.

Afgelegde routes:

Osh – Basecamp:                               +/- 200 m à 3615 m

(dinsdag)                                            10 uur rijden

Basecamp – Travellers Pass               3615 m à 4150 m

(woensdag)                                        4 uur lopen.

Dag 5

Donderdag was een rustige dag, omdat we de volgende dag de lange wandeling naar camp 1 op 4300 meter zouden maken. Toen we opstonden waren onze Duitse vrienden al weer fanatiek rond aan het stekkeren. Zij hielden de volgende dag hun laffe dag en zouden de dag erop naar camp 1 gaan. Zo houdt iedereen zijn eigen schema met bijbehorende theorie erop na. De mannschaft houden zich strikt aan de limiet van 300 meter acclimatisatie per dag en stijgen zo elke dag een beetje totdat ze de top bereiken. ’s Avonds zaten wij naast een Poolse kerel die in een razendsnel schema naar camp 3 is geklommen, maar weer helemaal is afgedaald om op krachten te komen. Wij hebben niet echt een superstrak schema, we weten globaal hoe we het aan willen pakken, maar zijn superflexibel. We bekijken gewoon van dag tot dag hoe we ons voelen en plannen aan de hand daarvan onze dagtaak. Vandaag hield die dagtaak dus niet zoveel in: lezen, slapen, eten, tas inpakken, etc.. ’s Avonds keken we nog één of andere Amerikaanse film die superslecht in het Russisch was nagesynchroniseerd. Dit hield simpelweg in dat er één kerel is die alle stemmen deed, ook de vrouwelijke en die van kinderen. Heel vermakelijk.

Dag 6 en 7

De zaken begonnen er wat minder rooskleurig uit te zien. Op vrijdag maakten we de tocht van Basecamp naar Camp 1. Van begin af aan was Dennis door het vele hoesten en de diarree niet fit. De tocht verliep moeizaam en was veel langer dan op de kaart, die overigens een uitgeprint uittrekseltje van internet was. De plek van Camp 1 was ook hoger dan overal werd verteld. Een aardige mentale training voor beide, want ook Lex begon de hoogte te voelen en combineerde kotsneigingen met een lichte hoofdpijn. Dennis, sinds het vertrek in Nederland al verkouden, aan de hoest en diarree, liep aardig op z’n reserves tijdens de tocht. Eenmaal op het kamp aangekomen, gegeten en hersteld ging het weer aardig met allebei en was er weer ruimte om praatjes te maken. We werden goed verzorgd door het hoofd en de kok van het kamp, we kregen direct soep, brood en een tent waar we dankbaar gebruik van maakten.

De gekleurde stipjes zijn tenten van Camp 1

Zaterdag was het niet veel beter. Lex stond op met een aardig fit gevoel, maar Dennis niet. Weinig eetlust, weinig energie en ontzettende hoestaanvallen waren kenmerkend voor zijn staat. De hoogte van dit kamp vormde nog geen probleem. Hier kon immers nog hersteld worden, maar de hoogte van Camp 2 zou een probleem worden. Op deze hoogte (5400 m) kun je gewoon bijna niet herstellen en worden kleine kwaaltjes grote problemen. Verkoudheid wordt longontsteking, diarree uitdroging, enz.. Een verkenning van de route naar Camp 2 wees uit dat het geen makkelijke route is, want vanaf een bepaalde hoogte is het pad alleen nog maar stijl tot heel stijl. Ook de sneeuwbruggen zijn, vooral later op de dag, erg gevaarlijk om overheen te lopen. In de voorgaande dagen waren er al vijf klimmers in zulke spleten/bruggen gevallen. Vooralsnog konden we niet veel anders doen dan relaxen op het kamp, slapen, eten, kortom herstellen. De mannschaft is op zaterdag ook aangekomen op Camp 1 en gaat de volgende dag direct naar Camp 2 om daar alvast wat spulletjes neer te leggen. Wij deden het nog even rustig aan.

Afgelegde routes:

Basecamp – Camp 1:                         3615 m à 4457 m

(vrijdag)                                             (7 uur 30 min gelopen)

Dag 8 en 9

De situatie is aardig veranderd. Op onze vrije zondag zijn we een acclimatisatietochtje gaan maken. Dennis om te kijken hoe zijn gesteldheid zou reageren op die hoogte, Lex om te wennen aan de zware rugzak en aan de hoogte. De gehele tocht voelden we ons allebei aardig fit en op het hoogste punt zijn we op ons gemakkie gaan theeleuten om te wennen aan de hoogte. Toen dat na ongeveer anderhalf uur ging vervelen zijn we rustig teruggelopen naar het kamp. De rugzak viel nog wel zwaar en we waren redelijk uitgeput toen we aankwamen op het kamp, maar het voelde goed. Een fijne invulling van onze vrije dag dus. Lex voelde de hoogte in combinatie met de geleverde inspanning en besloot om met een paracetamolletje te gaan slapen. Dennis stelde heel dapper het gebruik van kwakzalfjes nog even uit.

Tijdens acclimatiesatietochtje

Maandag bestond weer uit heel rustig aan doen. We pakten alvast de spulletjes voor de volgende dag. Want dat zou namelijk de grote dag worden. Waarschijnlijk één van de moeilijkste dagen, omdat de route naar Camp 2 lang en stijl is. Daarnaast zouden we het ook gaan lopen met volle bepakking en was het de bedoeling dat we op een hoogte zouden gaan slapen waarop we dat beide nog nooit houden gedaan. Maar we hadden er allebei wel vertrouwen in. Maandag voelden we ons allebei redelijk fit en als het goed is zijn we redelijk geacclimatiseerd. Na een dag relaxen lagen we ’s avonds in onze tent om het nóg even iets rustiger aan te doen dan overdag, zodat we nog beter uitgerust waren voor de tocht die ons de volgende dag te wachten stond. Dennis las rustig zijn boekje met een fles warm water bij zijn voeteneind, waarvan hij overtuigd was dat dat het lekkerste was dat ‘m in deze vakantie is overkomen. Ook is hij in zijn boek een nieuwe naam voor een te feuten object op de KMA tegengekomen: WIMP, oftewel een ‘Weakly Interacting, Massive Particle’. Vol zelfvoldoening en voorpret zie je zijn slaapzakje op en neer gaan van het lachen. Ondertussen luisteren we naar de lawines op de achtergrond en de beurt aan Lex om de pisfles te legen in het schijthok dat ieder moment kan instorten van ellende.

Afgelegde routes:

Acclimatisatietochtje over bergkam:             4457 m à 4850 m

(zondag)                                                        6 uur lopen

Dag 10 & Dag 11

Dinsdag vond er een ware uitputtingsslag plaats. We waren van tevoren al gewaarschuwd door andere klimmers dat het niet mogelijk was om in één keer al je bagage mee naar camp 2 te sjouwen. Ook was Dennis al gewaarschuwd dat hij eerst helemaal fit moest zijn om naar boven te kunnen komen. Beide waarschuwingen beschouwden we maar als emoties en lieten we links van ons liggen. We begonnen langzaam aan de tocht naar Camp 2 en al gauw bleek dat wij niet de snelste waren, maar dat boeide niet.

Onderweg van Camp 1 naar Camp 2

Op de route waren een aantal hele steile stukken en veel spleten waar je over het algemeen redelijk makkelijk overheen kon springen. In het laatste gedeelte deed Dennis nog een demonstratie van hoe een grotere spleet al ijsklimmend veilig overgestoken kan worden. Lex volgde braafjes. Dit hoogstandje op 5000 meter kostte aardig wat energie, waardoor we onze rust nog iets vaker moesten pakken. Zelfs een kwartier voor het einde, toen we het kamp allang konden zien, voelde Lex zich toch genoodzaakt een aanvraag ‘pauze’ bij Dennis in te dienen. Aangekomen op het kamp waren we totaal uitgeput. Uiteraard klopte de kaart wederom niet: het kamp ligt namelijk op 5450 meter in plaats van 5300. Na een beetje bijgekomen te zijn van de uitputtingsslag moesten we nog een plekje vinden voor ons tentje, de tent opzetten, eten en uiteindelijk… slapen.

Tent ingericht in Camp 2

Na meer dan 12 uur geslapen te hebben, voelden we ons nog niet helemaal fit. Pijn in de bovenkamer en vermoeidheid voelden we en de minste of geringste inspanning kost nog heel wat energie. Maar gelukkig stond deze dag geheel in het teken van rust. Onze tent staat precies op de plek waar iedereen die van Camp 1 is vertrokken binnenkomt op Camp 2. Heel leuk om te zien hoe iedereen totaal leeg en krachteloos in het kamp aankomt. Buiten een straal van 100 meter van de tent zijn we op woensdag  niet gekomen. Water halen we bij een gletsjerstroompje, deze wandeling alleen al kost heel wat inspanning. Onze Duitse mannschaft hebben hun tent naast die van ons staan. Twee van hen, Jürgen en Petra, zien het niet echt meer zitten. Ze oogden een beetje droefjes. Voor ons ziet het er wel redelijk uit. Dennis is nog steeds aan de diarree en Lex voelt zich ook niet helemaal niet optimaal. Desalniettemin hebben we er toch vertrouwen in en stijgt dit vertrouwen alleen maar als we naar de hoeveelheid zombie’s op het kamp kijken.

Afgelegde routes:

Camp 1 – Camp 2:                             4457 m à 5450 m

(dinsdag)                                            8 uur lopen

Dag 12 & Dag 13

Op donderdag maakten we ons acclimatisatietochtje naar Camp 3. Deze tocht was vergeleken met de tocht naar Camp 2 kort en stijl. De helling vlak voor het einde was te vergelijken met het boek dat Lex aan het lezen was: het einde was steeds in zicht, maar leek niet dichterbij te komen. Ondanks dat het een behoorlijk zware tocht was bereikten we de 6100 m van Camp 3. Een aardige mijlpaal, het betekende een hoogterecord voor ons allebei. We hadden geen last van hoogteziekte en herstelden redelijk snel op die hoogte. We bleven daar een uurtje zitten om een beetje te acclimatiseren, genoten van het uitzicht en maakten wat foto’s. Ook de weg terug verliep soepeltjes. Onderweg nam Lex nog de moeite om twee meter van het pad af wat uitwerpselen neer te leggen, om vervolgens af te dalen naar Camp 2. Aangekomen op het kamp waren we allebei zeer tevreden en in de veronderstelling dat we die top wel zouden halen. De moed zat er goed in, we aten een beetje, lagen een beetje en we keken een beetje om ons heen wat al het volk in ons kamp zoal aan het doen was. Het was spectaculair: de ene groep was drie uur aan het hakken om een egale plek te krijgen voor hun tent, de andere groep was bezig met een experiment waarbij men een helm op zet en die onder druk zet om hoogteziekte te voorkomen/genezen. Erg geinig om te zien allemaal. D’r was ook nog een zwaar overjarige vrouw die zichzelf nog steeds even aantrekkelijk voelde en daarom ook elk kwartier een ander setje kleren aantrok. Dennis vond het wel aantrekkelijk zo’n huppeltutje in hotpants. We vermaakten ons dus kostelijk vanuit onze tent en we merkten dat we allebei redelijk snel herstelden van de zware tocht.

Pauze in Camp 3 (6100m)

Op vrijdag eiste de zware tochten en de hoogte hun tol. Ten eerste was het ’s morgens toen we wakker werden en uit onze tent keken ontzettend slecht weer om iets te doen: behoorlijke mist, lichte sneeuw en lichte wind. Als het zulk weer zou blijven zouden we sowieso niet omhoog kunnen. We kwamen die dag alleen onze tent uit om een beetje te koken en te praten met de mannschaft. Daarbij kwam ook nog dat Dennis het redelijk gehad had met zijn buik. De pillen die hij had geslikt voor de diarree werkten niet meer. Ook kon zijn slaapzak z’n lichaam niet meer opwarmen, terwijl hij er ongeveer met al zijn kleren in lag. Geen beste zaak dus. De dag ervoor zag alles er nog picobello uit, maar nu was ons geluk op. Het was duidelijk geworden dat we genoegen moesten nemen met ons hoogterecord van 6100 meter. We besloten om zo snel mogelijk af te gaan dalen, om terug te gaan naar het basiskamp en de stad Osh.

Afgelegde routes:

Camp 2 – Camp 3                              5450 m à 6100 m en terug

(donderdag)                                       (6 uur gelopen)

Dag 14 & Dag 15

Zaterdag zijn we afgedaald vanuit Camp 2 naar Camp 1. Dennis voelde zich nog steeds niet goed, nog steeds aan de diarree en nog steeds energieloos. De factor die ons de knoop deed doorhakken was het slechte weer. Toen we wakker werden was écht alles ondergesneeuwd en bleef het gewoon doorsneeuwen. Geen weer dus om nog een kamp hoger te gaan. Onze Duitse vrienden hadden besloten om nog dezelfde dag af te dalen. Zij voelden zich namelijk ook niet meer zo fit en vreesden voor nog meer slecht weer. We besloten om samen te vertrekken, zodat we elkaar in de gaten konden houden. Tijdens het inpakken kregen we nog het bericht uit Nederland via de satelliettelefoon dat de weersvooruitzichten er slecht uitzagen. Als we niet vertrokken zouden we een redelijke kans maken om ingesneeuwd te raken. Dus reden te meer om een crashmove naar beneden te maken. De tocht naar beneden met volle bepakking was nog redelijk zwaar. Het springen over spleten, klimmen over gammele laddertjes en simpelweg het stekkeren met volle rugzak vergde behoorlijk wat energie. Toch was de tocht nog niet zo zwaar als voorgaande tochten en aangekomen op het kamp herstelden we snel onder het genot van de verzorging van de HID van het kamp en bijbehorende kok. Het schijtgat van het kamp had inmiddels z’n beste tijd gehad, aangezien de berg fecaliën die erin lag ongeveer zo goed als zeker ons bruine gaatje zou toucheren zo als we de gehurkte zithouding zouden aannemen. Dan maar een wandelingetje maken naar een andere gelegenheid.

Zondag verlieten we met z’n vijven, Dennis, de mannschaft en Lex Camp 1 om de soepele wandeling naar Basecamp te maken. Soepel omdat we deze tocht zonder zware bepakking aflegden en het voornamelijk weer afdalen was. We liepen daarom ook snel in vergelijking met het diesel-slenter-tempo van vorige dagen. Onderweg zagen we nog even de mogelijkheid om een uitgebreide pauze te houden en lekker een beetje te zonnen. Toen we op het kamp aankwamen werden we weer direct getrakteerd op een warme maaltijd en vrijwel direct daarna op de avondmaaltijd. Als verrassing kregen we als hoofdgerecht nog het eten dat we op Camp 1 vaak kregen en niet heel geliefd was onder onze delegatie. Vooral de Duitsers moesten niet veel van het boekweitachtige gerecht hebben. Zwaar teleurgesteld haalde het kampmeisje dan ook vijf borden onaangetast op aan het einde van de maaltijd. Ondertussen probeerden wij vervoer te regelen om terug te kunnen naar de stad Osh.

Afgelegde routes:

Camp 2 – Camp 1:                                         5450 mà 4457 m

(zaterdag)                                                      3 uur lopen

Camp 1 – Basecamp:                                     4457 m à 3615 m

(zondag)                                                        (6 uur lopen)

Dag 16 & Dag 17

Maandag en dinsdag waren allebei rustdagen. Eigenlijk afwachtdagen, want we wachtten op vervoer. Maandag zou er misschien vervoer komen, maar dat kwam niet aangezien de ‘chief’ die zou komen de dag ervoor een verjaardag  had gehad. Dinsdag zou er zeker vervoer komen, maar in de middag arriveerde er een truck die eerste gerepareerd moest worden. We wachten vol benieuwdheid af naar wat er gebeuren ging, lazen een beetje,aten een beetje, knoerden een beetje en vulden de rest van de tijd met appelen. Om zes uur in de avond kwam er een terreinwagentje voor ons tweeën om ons naar Osh te brengen over een weg die je nauwelijks een weg mocht noemen. Het hotel waarin we werden gedumpt mocht eigenlijk ook geen hotel genoemd worden. Het was meer een huis die toevallig vier éénpersoonskamers overhad. Van één van die éénpersoonskamers werd gauw een tweepersoonskamer voor ons gemaakt door op een éénpersoonsbed een extra kussen te leggen. Daar mochten we dus met z’n tweeën in liggen. Dit duurde niet langer dan een halfuurtje toen Lex het niet meer volhield, ’n matje over de grond uitrolde en daar van de nachtrust ging genieten.

Dag 18 & Dag 19

Woensdagochtend kenmerkte zich door twee bijzondere gebeurtenissen. De eerste was het lezen van de laatste bladzijde van Lex zijn 786 pagina’s tellende, niet altijd even spannende boek genaamd ‘Human Traces’. Hij was er erg blij mee. In de tweede had Dennis een groot aandeel. Na wat gerommel in de badkamer kwam daaruit een enorme benzinestank. Dennis had besloten dat de benzine voor de benzinebrander maar geloosd moest worden in de gootsteen. Met alle gevolgen van dien. Ons penthouse stonk de rest van de dag naar benzine. Dat maakte overigens niet uit want de dag brachten we door in Osh, waar we een beetje rondwandelden, ons lieten verwennen bij de kapper voor twee euro en aten in steeds weer hetzelfde eethuis. ’s Middags pakten we het vliegtuig naar Bishkek. Bishkek is een veel modernere stad dan Osh, dat was wat meteen opviel toen we vanuit het vliegveld naar het Guesthouse van Asia Travel reden. Dit guesthouse was ook van alle gemakken voorzien, inclusief airco, koelkast en tv. Eén van de meest unieke zaken aan dit guesthouse was volgens Lex dat je zittend op de wc naar de televisie kon kijken.

We hadden nog drie dagen over dus we vroegen Dmitri, de manager van Asia Travel, om voor ons een tripje te plannen naar Iskyll, een groot meer in NO Kirgizië.

Donderdag waren we om half elf al onderweg naar het meer. Het reisgezelschap bestond nu uit Dennis, Lex, de Mannschaft, een chauffeur en een gids genaamd Marinah. De rit naar het meer duurde ongeveer 3 uur en aangekomen bij ons hotel bekeken we waar we nou weer terecht waren gekomen. De kamers stelden niet zo veel voor: gewoon een hok met twee bedden erin. Gelukkig hoefden we er niet meer te doen dan te slapen. Het meer waaraan we lagen was zeker niet onaantrekkelijk. Na eerst door een laag stenen te lopen was het water zeer lekker. Maar na een uurtje aan het strand verveelden we ons natuurlijk alweer en begon Dennis, genist in hart en nieren, een gat te graven en kon Lex van het natte zand dat hij opgroef een mooi figuurtje boetseren. Het geboetseerde beeld was een dikke duitser. Ook werd er met stenen gegooid en sloten we de sessie af met rustig lezen. Het is altijd weer erg spannend om op het strand te zijn. Het avondeten was onvoldoende, dus we begonnen gewoon opnieuw in de een pizzatent genaamd ‘a one pizza’. Na wat Pizza’s en flesjes bier verder gingen we terug naar ons ‘hotel’ om in echt het meest verpauperde bed te gaan liggen waarin we ooit hebben gelegen. De lengte was al te kort, maar dat waren we al gewend. Echter, toen we één been in ons bed plaatsten wisten we niet wat ons overkwam. Het midden van het bed was ongeveer een halve meter dieper dan de rand, je voelde overal de veren van het matras en in het beddengoed voelden we onze voorganger nog liggen. Het bed leek nog het meest op een stalen hangmat. Het beloofde een fijne nacht te worden.

Iskyll meer

Dag 20 & Dag 21

Na en verrassend goede nachtrust werden we, toch wel wat stijfjes, wakker. De mannschaft zat alweer klaar voor het ontbijt, dus besloten we ons maar aan te kleden en bij hen te voegen. Daarna hadden we tot 11 uur de tijd om met onze testikeltjes op het strand te liggen, om daarna twee musea te gaan bezoeken. We voorspelden dat dit een onvergetelijke ervaring ging worden, en dat werd het. Het eerste museum was een uiteenzetting van de gehele geschiedenis van Kirgizië. Een erg rijke cultuur heeft het niet. De bevolking bestond tot het einde van de 19de eeuw voor het merendeel uit zeer primitieve nomaden. Het tweede museum was zo mogelijk nog fantastischer. We kwamen aan bij een open vlakte waar een heleboel stenen lagen waarbij een bord stond ‘state museum’. Een aantal stenen zijn eeuwen geleden door een stel Kirgiziërs op zeer primitieve wijze onder handen genomen en tegenwoordig zijn het belangrijke prehistorische tekeningen. Er kwamen twee jongetjes van een jaar of twaalf op ons afgelopen. We hadden geluk dat het museum open was. Na dit intensieve museumbezoek waren we toch wel dusdanig uitgeteld dat we even rust moesten nemen op het strand. Uiteraard was het na het avondeten weer noodzakelijk dat we opnieuw moesten beginnen bij ‘a one Pizza’. En daarna genoten we weer van onze nachtrust in ons royale bed.

Op zaterdag kregen we nog kort de tijd om van het meer en het strand te genieten. De weg terug naar Bishkek was weer redelijk lang. Dennis vond het niet de bedoeling dat Lex rustig een dutje deed in de auto en achtte het noodzakelijk hem steeds eventjes aan te tikken als ie bijna sliep. Hij was duidelijk jaloers dat Lex wel in elke positie kan slapen en hij niet. We waren zo lang onderweg dat we vergaten dat we ook nog een toren gingen bezoeken onderweg. Ook dit werd weer een onvergetelijke ervaring. Vooral Dennis vond het een cultureel hoogstandje. Hij maakte er meer dan 10 foto’s van (!). Gelukkig bleven we er niet al te lang en waren we weer gauw op weg terug naar het Guesthouse in Bishkek. Voor het avondeten werden we nog herenigd met de Franse bergbeklimster Sandra die ruim twee weken eerder haar eigen weg was gegaan en al eerder een poging voor de top had gedaan. Uiteindelijk moesten de Duitsers en de Franse naar een ander Guesthouse en bleven wij als enige over. Er zat niks anders op dan keihard te gaan drinken. Bier en whisky stond op het menu. Om het afrekenen wat makkelijker te maken moesten we steeds twee rondjes bestellen, waarvan het eerste rondje achterover geslagen werd (anders moest de barvrouw twee keer lopen). We doken behoorlijk aangeschoten ons nest in met het veilige gevoel dat er de volgende morgen om half vier drie wekkers zouden gaan.

Dag 22

Zondag, de laatste dag, begon een beetje gehaast. Om 03.57 concludeerde Dennis dat we nog maar drie minuten hadden om in het busje te stappen voor het vliegveld. Paraat als we zijn stonden we natuurlijk op een notice van minder dan vijf minuten, waarin Dennis zelfs nog kans ziet om even op de w.c. te gaan zitten. En om 04.02 zaten we met onze hele reutemeteut in het busje naar het vliegveld, voor een hele lange dag. De eerste vlucht naar Moskou verliep echter soepeltjes en we werden goed verzorgd. De winkeltjes op het vliegveld waren wat minder de moeite waard omdat ze gewoon schandalig duur zijn. De volgende vlucht naar Londen was nog beter dan de vorige: een zee aan beenruimte en de steward was zo aardig om de overgebleven portie eten aan Dennis te geven. Het was duidelijk wie er een oogje op wie had. Toen we in Londen aankwamen begon de chaos. Het enige wat wij wilden op dat vliegveld was door de douane heenlopen en tax-free shoppen. Toen we bij de douane kwamen zaten we al dat er iets niet gebruikelijks aan de hand was. Er stond een ellenlange rij mensen allerlei spullen af te geven aan beambten die deze passagiers controleerden. Het bleek dat er een danige terreurdreiging was dat iedereen totaal paranoia was geworden. Het enig wat we in het vliegtuig mee mochten nemen was onze ticket, paspoort en portemonnee. De rest moest worden ingecheckt als bagage of werd zonder pardon weggegooid. Tussen het inchecken en het betreden van het vliegtuig worden we ongeveer drie keer gefouilleerd en ondertussen zagen we allemaal koffers en rugzakken op stapels in allerlei hallen staan. We kregen al een donkerbruin vermoeden dat onze bagage het misschien wel niet op tijd zou halen. En ja hoor, toen we op Schiphol aankwamen: geen rugzakken. Deze rugzakken kregen we pas een week later toen we allang weer bezig waren met onze reguliere taken op de KMA en weer, met pijn en moeite, waren ingeburgerd tussen onze medemaatjes die over het algemeen in hun vakantie slechts op het strand hadden gelegen en bier gedronken.