Omdat we behoefte hadden aan frisse lucht gingen Jury, Lex en ik een weekendje de Franse Alpen in. Op vrijdagochtend kwamen we aan, het regende pijpenstelen… Na twee uur kwamen we bij een hut, ff thee drinken en een beetje opdrogen. Vanaf de hut naar de eindbestemming zou maximaal 2,5 uur duren dus we hadden de tijd. Toen we vertrokken was het gestopt met regenen, het sneeuwen was begonnen. Toen we de gletsjer bereikt hadden werd het zicht steeds slechter. Na meer dan zeven uur ploeteren in diepe sneeuw, met minder dan 10 meter zicht, bereikten we de hut. Alledrie waren we behoorlijk leeg. Deze tocht is door ons benoemd tot meest schrale tocht ooit!

Bij terugkomst bleek de huttenwaard aangekomen te zijn bij de hut. Op zijn verzoek hebben we in de hut overnacht en genoten van de culinaire ‘hoogstandjes’.

Zondag hadden we de beklimming van de Mont Tondu gepland. Een mooie route dwars door het couloir in de noordwand, in de zomer een eenvoudige klim van 3-4 uur. Nu met verse sneeuw en geen spoor (niemand had de route nog gedaan dit seizoen) was het een ander verhaal. Jury en Lex hebben om de beurt door de veel te diepe sneeuw een perfect spoor getrokken. Uiteindelijk kwamen we aan op Pain de Sucre.

Vanaf daar zijn we afgedaald naar het dal. Tijdens de tocht over de gletsjer kwam de eerste lawine al door onze route naar beneden rollen, we waren op tijd vertrokken… Uiteindelijk bleek het, zoals altijd, weer een vreselijk eind dalen te zijn en stonden we, stinkend naar zweet, met kletsnatte voeten en een sterke noodzaak voor een toilet waar je op kunt zitten, weer bij de auto.

Leermomenten:
– In een sneeuwstorm is het schraal;
– Vrijwel alle Fransen zijn eikels;
– Sneeuw is mooi op de foto, maar erg vermoeiend;
– We hebben duidelijk een schreeuwend tekort aan vakantiedagen.