Deel 3 Tour de Uyuni

Dag 9
Zondag besloten we om de Huayna Potosi, de volgende geplande berg, van onze planning te halen en een trip naar het zuidwesten van Bolivia te plannen. Dit in verband met het langzame herstel van Dennis. We besteedden de dag door restaurant Terrazza te vullen, een horizontale pose aan te nemen op onze hotelkamer; Simpsons the Movie in het Spaans te bezichtigen in de bioscoop (zéér druk bezocht door de Boliviaanse locals); en in de avond keken we in restaurant Luna naar reizigers, backpackers, etc. Hierbij viel ons op dat deze meeste toeristen een behoorlijk autistische en verveelde indruk maakten. Lezend in een boek, schrijvend in een zogenaamd reisdagboek of starend in het luchtledige brachten zij hun tijd door in deze gigantische metropool op hun wereldreis.

Dag 10
Maandag mochten we de alpinegedachte inruilen voor de backpackersmentaliteit. Om half zes ’s middags zouden we vertrekken. We moesten nog een aantal dingen doen, dus we hadden het druk. Deze verplichtingen waren: 1. naar de kapper; 2. onze spullen inpakken; en 3. een zak kopen om deze achterblijvende spullen in te doen. De kapper was een hele belevenis op zich, daar de kapster nog nooit een baard geschoren leek te hebben en er nu in één keer twee moest doen. De zak om spullen in te doen werd een tweedehandse rijstzak en voor het bedrag van anderhalve cent moest diep in de buidel getast worden. Niet gehinderd door enige kennis over wat we nou eigenlijk precies gingen doen stapten we om half zes het kantoor van de reisorganisatie binnen. Daar maakten we kennis met de rest van het reisgezelschap: een gezin van vier personen en een stelletje, allemaal Nederlanders. Toen we eenmaal in de bus naar Uyuni zaten en Lex zich afvroeg of de buschauffeur wel heus een buschauffeur zou zijn, Dennis dit ontkennend beantwoordde en na 10 meter rijden zijn maaginhoud deponeerde in een, snel aangereikt, plastic zakje. Het was Dennis duidelijk dat de busrit met een geplande tijd van 12 uur nog wel eens heel lang kon gaan duren.

Dag 11
Uiteraard werd de busrit van maandag op dinsdag niet zonder slag of sloot gereden en duurde hij ook langer dan gepland. We liepen in eerste instantie al vertraging op omdat een stelletje geretardeerde Amerikanen de verkeerde bus was ingestapt. Toen we ongeveer twee uurtjes onderweg waren stond de bus bijna een uur stil omdat een wiel verwisseld moest worden. Daarna gingen we de verharde weg af en werden het slachtoffer van een rit van acht uur in een soort van achtbaan die wonderbaarlijk genoeg niet over de kop ging. Zonder problemen reed de bus door de wilde woestenij de nacht door. Toen de zon opkwam, ging de bus even wat langzamer ging rijden en een rollend wiel haalde de bus in. Wij roken onraad. Het bleek geen reservewiel te zijn en ook niet een willekeurig wiel uit de omgeving, maar het ging om een wiel dat onder de bus vandaan was losgekomen. Ook dit zorgde voor het nodige oponthoud, want het wiel moest er weer opgezet worden. Toen we rond tien uur ’s ochtends in Uyuni aankwamen moest er nog onderhandeld worden over wie nou bij wie in de 4-wheeldrive ging en tevens over de bagage die meeging. Familie Mertens zou bij ons in de auto komen: een merkwaardig doch aangenaam gezin, met 21-jarige zoon en 23-jarige dochter, die allemaal al de hele wereld gezien leken te hebben. De reis begon met het oversteken van een enorme zoutplaat van ongeveer 100 bij 100 kilometer. Deze trip leek erg surrealistisch: een witte vlakte zover je oog reikte. We bezochten die dag: het zoutwinnersdorpje Colchani; het van zout gemaakte hotel Palacio de Sal; Isla Incahousi, een eiland midden in de zoutvlakte; de militaire post Colcha K inclusief dorp en uiteindelijk kwamen we aan in het dorpje San Juan waar we zouden overnachten. Dennis pikte nog een warme douche van ongeveer één minuut mee, Lex viste achter het net en kwam terug van een koude douche.

Dag 12
De woensdag zou de mooiste dag van de hele trip worden met ongelooflijk veel ongelooflijke natuurverschijnselen. We begonnen de dag vroeg: om 05.10 werden we gewekt door de Mertens, om 05.20 stonden we op en om 05.30 zaten we in een ijskoude auto. We dachten dat we een mooie plek om de zonsopgang te bekijken tegemoet reden, maar in feite werd het een plek vanuit waar we naar een vulkaan konden kijken. Dit kijken gebeurde beslist niet stilstaand aangezien het behoorlijk koud was. Daarna reden we naar een meer waar beeldschone roze flamingo’s in een groepje bij elkaar stonden en waar we ook, al op de plaats dribbelend, ontbeten. Daarna reden we langs een aantal meertjes tot we bij een soort tuin van allerlei rotsformaties kwamen, waar wat klim en klauterwerk verricht (niet veel, want na een klein kunstje ben je al compleet buiten adem op die hoogte) en vervolgens naar Lake Colorado. Op het overnachtingadres dumpten we onze spullen en moesten tot onze teleurstelling mevrouw Mertens (Thea) ook achterlaten vanwege spetterende uitwerpselen. In de middag reden we naar Lago Verde, een bijzonder groen meer, en vielen daarna met onze neus in de boter toen iedereen de thermale baden (in Mertensjargon ‘terminale baden’) verliet vlak voordat wij erin gingen. Wat een ervaring: midden in de koude natuur in een heerlijk warm bad liggen. Onder de motto’s “kou is een emotie” en “men lijdt het meest onder het lijden dat men vreest” was ook dochter Mertens (Anne Maike) te motiveren om uit het bad te komen en zich in de kou aan te kleden. Vervolgens sloten we de middag af met een bezoek aan de Boliviaanse geisers. Ondanks en dankzij het feit dat deze naar rotte eieren stonken waren zij adembenemend. Mooie foto’s en filmpjes werden gemaakt. Teruggekomen bij de overnachtingsplek besloten we de dag met avondeten, spelletjes hartenjagen en toepen en wederom ergernissen aan een typisch Amerikaanse groep waarmee we de hut deelden.

Dag 13
Donderdag was de laatste dag van de trip en we hadden het idee dat deze de vorige dag niet meer kon overtreffen. In feite was dit ook het geval aangezien we min of meer op de terugweg waren en minder imposante plekken bezochten. Daarnaast was het ook gewoon veel in de auto zitten en terugrijden naar Uyuni. We stopten eerst nog bij Lake Colorado om wat foto’s te schieten, we hadden nog niet genoeg meren gezien. Daarna stopten we weer een  rotsentuin, maar het hoogtepunt van de dag was toch wel de Cascade: een gigantische canyon waar geen toerist te bekennen was en zoon Mertens (Bram) zijn kans schoon zag om z’n pitcherkwaliteiten te etaleren door veel gesteente ver in de vallei te slingeren. Daarna reden we nog door wat minder noemenswaardige dorpjes, waarvan in één dorpje een dronken vrachtwagenchauffeur met zijn truck onze jeep aanreedt, gelukkig voor onze gids Orlando was er niet zoveel schade. Vlak voor Uyuni hebben we foto’s gemaakt van de treinenbegraafplaats. Aangekomen in Uyuni, rond vier uur, pakten we een terrasje aten en dronken wat, verkasten naar binnen, aten en dronken nog wat meer totdat het half acht was en het tijd werd voor de lange busreis terug naar La Paz. Deze werd voor een ieder minder prettig dan verwacht aangezien er aanzienlijk wat minder beenruimte in de bus was dan op de heenweg.

Dag 14
Waar er in het begin van de rit nog grapjes gemaakt werden over het geringe comfort in de bus, stond op het einde ervan ons het huilen nader dan het lachen. Ook zoon Bram mocht nog even ervaren hoe het is om ziek te zijn op reis en hoewel de bus minder panne had dan op de heenweg deden we er toch nog een stuk langer over. De buschauffeur was niet echt van het regelmatig indrukken van het gaspedaal. Om 11 uur ’s morgens kwamen we eindelijk aan in La Paz, namen afscheid van de terug-naar-Peru-reizende familie Mertens en namen de taxi naar ons vertrouwde hotel la Valle in downtown La Paz. De rest van de vrijdag vulden we met eten, het boeken van een dagtrip over “the world’s most dangerous road” voor de volgende dag en tot slot een bezoek aan de bioscoop voor de Harry Potter and the Order of the Phoenix.