Deel 4 MTB worlds most dangerous road…?

Dag 15
Zaterdag moesten we eraan geloven: world’s most dangerous road stond op het programma. 65 kilometer afdalen over een weg van minder dan 4 meter breed met aan de zijkant ervan een afgrond van ongeveer 600 meter. We waren met een groep van rond de dertig man afkomstig uit diverse landen. Ook Nederland was aardig vertegenwoordigd, we maakten de grove misser om bij deze Nederlanders op de heenweg in de te gaan zitten – want dat is immers gezellig – waardoor we de lange rit op de terugweg ook bij hun moesten. Vervelende gasten. Luie studenten die te lamlendig zijn om hun studie af te maken en hun vader en moeder hebben gesmeekt om hun zogenaamde sabbaticalreis te bekostigen en vervolgens met een veel te grote bek bij ons in de bus komen zitten, bah. Maar dat hinderde ons niet, want wij waren gekomen om bruut te mountainbiken en suïcidaal hard de berg af te racen. De groep werd op basis van snelheid in vier groepen verdeeld en natuurlijk zat Duo Penotti in de 1e (snelste) groep met als gids de, totaal geflipte, Zack. 65 kilometer lang fietsten we als een malle achter Zack aan. Waar de meesten (o.a. de vervelende Nederlanders) zich druk maakten over de kans om een rotafstand naar beneden te vallen, maakten wij ons zorgen over onze voorganger die misschien wel eens te snel zou kunnen gaan. Niet gehinderd door enige techniek sjeesden naar beneden, zonder enige controle te hebben over bochten die veel te hard genomen werden. Stiekem voelden we ons een klein beetje trots toen we de vraag van een verbaasde Engelsman kregen: “you’ve done quite a lot of cycling mate?” Tussendoor werd regelmatig gestopt om foto’s te maken en te vertellen hoeveel mensen er in die bocht tot nu toe overleden waren. Tevens waren de stops nodig om te wachten op de mensen die meer waarde aan het leven hechten en daardoor ernstig geremd werden. Aan het einde mochten we nog even chillen in een veel te luxe hotel met lopend buffet. Het zwembad meden we, aangezien de luie Nederlanders zich daar verschansten. De terugweg werd gekenmerkt door een veel te krappe bus, zelfs naar Boliviaanse standaarden, vervelende luie Nederlandse studenten die nu ook nog eens gedronken hadden en tot overmaat van ramp dachten dat het stoer was om pim-pam-pet in de bus te spelen en tot slot stond het verkeer in La Paz ook helemaal vast. In het hotel was het snel slapen en dromen van het uit bochten vliegen en in afgronden vallen.