Beklimming Illimani

Dag 16
Zondag keerden we terug de bergen in, dit keer met het oog op de Illamani met 6439 meter de hoogste berg van de Cordillera Real. De rit naar het laatste dorpje Piyani was ongekend. In z’n Toyota Corolla Station bracht de chauffeur ons over de alternatieve world’s most dangerous road naar het dorp. Vlak voor Piyani, na ongeveer drie en een half uur rijden, kon de auto het terrein niet meer aan en stapten we uit om de rest te lopen. Vanaf daar liepen we met volle bepakking naar het Basecamp, Puento Roto. De rugzak van minstens 30 kilo viel ons tegen en we liepen langzaam in een slakkengangetje naar boven. Gelukkig is het niet heel ver en na drie uur kwamen we aan op BC, waar we snel onze tent opzetten en wederom van een Engelse – dit keer een vrouw – complimenten kregen, omdat we al onze eigen spullen meenamen. Alle andere klimmer maken namelijk gebruik van ezeltjes om hun bepakking op BC te krijgen. We voelden ons dapper en gingen wat kokkerellen. Tijdens het urineren in de buitenlucht genoten we nog wat van het uitzicht op La Paz bij nacht en vervolgens snel inliggen, gewoon omdat het kan.

Dag 17
Ook de tocht naar High Camp (5400m), Nido de Condores (condorsnest) werd afgelegd met volledige bepakking. We vertrokken zeer vroeg, zodat andere bergbeklimmers ons gedurende de weg met hun lichtgewicht rugzakjes in konden halen. Dit gebeurde snel, maar wij lieten ons daar niet door van de kaart brengen en hielden een strak schema aan: 100 meter stijgen was even zitten en op adem komen, nog eens 100 meter stijgen betekende rugzak afhangen, mueslireepje eten en iets langer pauzeren. Opvallend was dat wanneer we aan het wandelen waren, we dusdanig buitenadem waren dat we geen fatsoenlijk woord uit konden brengen, maar waneer we een minuutje zaten kregen we alweer praatjes en spraken onze verontwaardiging uit over de hoeveelheid ondersteuning voor onze medeklimmers. Ook dit bleef niet onopgemerkt: per klimgroepje van 2 á 3 personen zat een ploeg van wel zes personen gekoppeld. Deze Boliviaanse ondersteuningsgroep bestond uit een kok, een gids, dragers, tentopzetters, want naast een slaaptent moest er ook nog wel een eettent zijn, en voor de rest wisten wij niet welke andere functies er in het reisgezelschap bestonden. Het was in ieder geval altijd een grote onderneming. Met z’n tweeën zetten wij gelukkig samen onze tent op, houden we allebei van het produceren van culinaire hoogstandjes, vervult Dennis over het algemeen de functie als gids en Lex als drager, dus trots op onze multifunctionaliteit trokken wij ons bij aankomst terug in onze tent om de klok weer eens helemaal rond te slapen.

Dag 18
De lange nacht slaap, was zeer welkom aangezien we de nodige tijd konden gebruiken om te herstellen van de zware tocht van de vorige dag. Toen we rond tien uur uit onze tent kwamen bleek dat één van de twee andere klimgezelschappen afhaakte en af zou dalen wegens te koud weer. Het andere gezelschap was vroeg in de morgen op weg gegaan om de top te beklimmen. Toen zij behoorlijk afgemat terugkwamen van de top bleek het het Engelse stelletje te zijn waarvan we de dag ervoor complimenten hadden ontvangen. Nu verdienden zij deze. Een heldhaftige prestatie, helemaal van de vrouw van het koppel. De rest van de dag spendeerden we met eten koken, sneeuw sme;lten, lezen, sudoku-puzzeltjes oplossen en naar de o-zo-hoge top kijken. Overigens zijn de sudoku welke in Nederland een fluitje van een cent zijn, op deze hoogte een onmogelijke opgave. De hersens kraken, het gaat veel langzamer dan normaal en uiteindelijk ontdek je altijd een fout… die natuurlijk altijd aan de puzzel ligt en niet aan en de puzzelaar.

Dag 19
Woensdag was de dag dat we onze alpinedichtheid definitief konden bewijzen. Het was de eerste en enige kans om de hoogste top van de Illamani te beklimmen: de Pico Sur. Niet alleen het hoogtepunt van de vakantie, maar het zou ook een nieuw hoogterecord worden. Om 03.00 ging de wekker, maar in zijn wilde dromen besloot Lex deze te negeren. Daarom deed Dennis om 03.10 het licht maar aan en begonnen we langzaam maar zeker een ontbijtje te koken. We voelden ons goed, het weer was perfect: helder en relatief weinig wind en we hadden een superlichte rugzak, de randvoorwaarden waren dus ideaal. Om 04.10 verlieten we onze tent en ontdekten algauw dat het gruwelijk koud was, maar gelukkig waren we daar goed op gekleed. Vele lagen kleding en natuurlijk een dikke donsjas doen het prima. Het was alleen een minder goed idee geweest om onze donswanten in Nederland te laten aangezien onze vingers binnen no-time ongelooflijk koud werden. Na ongeveer een halfuurtje hielden we een korte stop om onze vingers opnieuw leven in te blazen en wrijven. Als aanvulling daarop maakte Dennis van de mogelijkheid gebruik om op non-verbale wijze aan Lex zijn ongenoegen over het ontbijt van de ochtend duidelijk te maken, door de plaatselijke sneeuw een bruinere tint en bitterdere smaak te geven. Achteraf bleek dit het typische verschijnsel dat bekend staat als ‘Acute Mountain Sickness’ te zijn. In het begin was het overgeven een opluchting voor Dennis, maar later ondervond hij de negatieve gevolgen ervan: totale leegte. Na een uur lopen bereikten we de hoogte van 5700 meter. Dat betekende dat we nog ongeveer 750 meter moesten stijgen, terwijl Dennis’ conditie dramatisch verslechterde. Na nog een hevige braaksessie was de keus om terug te keren onvermijdelijk. Zwaar teleurgesteld liepen we met lood in onze schoenen terug naar de tent om daar aangekomen ook voor de tent nog te zitten balen voor een aardige tijd. We besloten de slaapzak in te kruipen en ’s middags af te dalen naar BC. Ook die tocht was niet echt vermakelijk meer en het feit dat we deze weer met volle bepakking liepen droeg daar niet echt aan bij. Het enige wat we eigenlijk nog wilden was een warme douche of bad in La Paz met een uitgebreid menu van de Burger King erbij. BC lag er aardig verlaten bij toen we daar aankwamen. Later in de middag verscheen er weer zo’n typisch reisgezelschap met een omvang van drie klimmers en tien man ondersteuning. Voor ons was in ieder geval niet echt een succesvolle dag.

Dag 20
Voor donderdag stond er niet veel meer op het programma. Tussen twaalf en drie in de middag zouden we opgehaald worden bij Pinaya. Dus rond 10 uur stonden we eens op om en om half elf kwamen onze lichamen in beweging om naar dit dorpje te wandelen. De chauffeur was keurig op tijd en om kwart over één waren we onderweg over de death road terug naar La Paz. Totaal heen en weer geschud en doof van het lawaai tijdens de rit kwamen we aan bij onze uitvalsbasis hotel la Valle. Daar vonden respectievelijk de volgende activiteiten plaats: uitgebreid poepen, douchen en de Burger King leegeten. Dat we honger hadden ontging de medewerkers van de fastfoodketen zeker niet, aangezien we ongeveer hun halve maandsalaris in één maaltijd naar binnen schrokten! Na de Burger King wilden we eigenlijk naar de film, maar aangezien ook Transformers Spaans nagesynchroniseerd was zagen we daar maar vanaf en zochten ons heil bij de kapper. Dennis werd geknipt door een homofiel ogende kapper die meer aandacht leek te hebben voor de klussende man in de kapperszaak, die zijn ingelijste certificaten moest ophangen, dan voor het kapsel van Dennis. Lex werd geknipt door een oudere man die het liefst met behulp van een vergrootglas zou knippen zo precies ging deze te werk. Daarna was het bij café Luna’s drankjes proeven in snurken.